Syndicaal Nieuws

Blijf op de hoogte met ons nieuwsoverzicht

De Stemming 2026 – Belg lust koopkrachtaanvallen van regering De Wever niet

De Stemming 2026 – Belg lust koopkrachtaanvallen van regering De Wever niet

Het grootschalige opinieonderzoek De Stemming 2026, uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen en de Université Libre de Bruxelles, biedt een interessante blik op de politieke voorkeuren en maatschappelijke bezorgdheden van de Belgische bevolking. Hieronder geven we een overzicht van de belangrijkste vaststellingen.

“It’s the economy, stupid!”

De algemene toestand van de economie is het meest genoemde probleem waarmee ons land wordt geconfronteerd (20%). In heel het land is het pessimisme over de economische situatie significant toegenomen. De Belg maakt zich zorgen over zijn koopkracht en de levensduurte. Het thema 'begroting & financiën' volgt op de derde plaats met 15%.

Onder deze nationale cijfers gaan regionale verschillen schuil:

  • In Wallonië (29%) en Brussel (26%) staat de economische situatie met stip op de eerste plaats.
  • In Vlaanderen (13%) zakt de toestand van de economie naar de vierde plaats. De Vlaamse respondenten leggen de prioriteit bij 'begroting & financiën' (18%), op de voet gevolgd door ‘politieke representatie’ (17%) en migratie (15%).

Koopkracht

17% van de Vlamingen geeft aan (heel) moeilijk rond te komen met het huidige inkomen. In Brussel en Wallonië ligt dat aandeel met 31% bijna tweemaal zo hoog. Voor het eerst werd ook gepeild naar concrete uitgaven die huishoudens zich om financiële redenen niet kunnen veroorloven:

  • 26% zegt geen auto te kunnen kopen
  • 23% kan een onverwachte uitgave niet dekken
  • 22% is niet in staat om jaarlijks een week op vakantie te gaan

De regionale verschillen zijn opnieuw groot: 70% van de Vlamingen verklaart met geen enkele van de voorgelegde uitgaven problemen te hebben. In Wallonië (41%) en Brussel (44%) ligt dit percentage drastisch lager. In Brussel geeft bovendien 17% aan rekeningen niet tijdig te kunnen betalen en kan 13% de woning niet adequaat verwarmen.

Evaluatie van het federale beleid

Uit het onderzoek kunnen we ook conclusies trekken over hoe de Belg kijkt naar een reeks specifieke federale beleidsmaatregelen.

  • De centenindex: Het aftoppen van de loonindexering (voor lonen boven 4.000 euro bruto en pensioenen boven 2.000 euro bruto) stuit op breed protest bij de bevolking. In Vlaanderen gaat slechts 30% akkoord met deze maatregel, in Brussel 27% en in Wallonië 25%. Enkel binnen het electoraat van de N-VA (54%) is een nipte meerderheid voorstander. Bij de kiezers van Vooruit is 51% tegen de centenindex.
  • Btw-verhoging: De federale regering wil meer inkomsten halen uit btw, maar hoe dat precies moet verlopen, is nog niet duidelijk. Slechts 20% van de respondenten in Vlaanderen, 13% in Brussel en 9% in Wallonië steunt een btw-verhoging in het kader van de begrotingsinspanning. Deze maatregel is hiermee veruit de meest impopulaire uit de bevraging.
  • Pensioenen: Het principe dat vervroegd uittreden in bepaalde gevallen leidt tot een lager wettelijk pensioen (pensioenmalus), verliest aan populariteit en heeft in Wallonië (34%) en Brussel (40%) geen meerderheid meer. In Vlaanderen is 56% voor (vorig jaar was dat nog 66%). De hervorming van de ambtenarenpensioenen (gelijktrekking met de privésector) behoudt daarentegen wel een brede meerderheid: 71% in Vlaanderen , 60% in Wallonië en 59% in Brussel.
  • Flexi-jobs: De uitbreiding van flexi-jobs naar bijna alle sectoren krijgt met 61% in Vlaanderen en Brussel, en 63% in Wallonië, brede maatschappelijke steun. In Vlaanderen stemt de achterban van bijna alle partijen in met deze maatregel, met uitschieters tot 79% bij Anders en 75% bij Vlaams Belang. Aan Franstalige zijde is de steun eveneens groot bij de regeringspartijen. Linkse partijen tellen minder voorstanders dan rechtse partijen, maar ook daar is er meestal een meerderheid (behalve bij PVDA).
  • Langdurig zieken: Het verscherpen van de controles op langdurig zieke werknemers geniet een brede en regio-overschrijdende steun: 82% in Vlaanderen, 75% in Wallonië en 72% in Brussel.
  • Werkloosheid: Ook de beperking van de werkloosheidsuitkering tot een duur van twee jaar behoudt in alle gewesten een ruime meerderheid.
  • Defensie: Nu het NAVO-streefdoel is opgetrokken naar 5% van het bbp, is de steun in alle regio's gedaald. In Vlaanderen zakte de goedkeuring van 71% naar 54%, in Wallonië en Brussel ligt de steun inmiddels onder de 50%-grens.

Regering versus oppositie

Uit het onderzoek blijkt dat de beoordeling van de federale regering sterk samenhangt met de politieke asymmetrie in ons land. Er is een duidelijk effect meetbaar van de regeringsdeelname van Vooruit op haar kiezers, en de niet-deelname van de PS aan Waalse zijde. Hoewel beide electoraten ideologisch gelijkaardig zijn, steunen Vooruit-kiezers de federale maatregelen significant vaker (bijvoorbeeld 56% steun voor de pensioenmalus) dan PS-kiezers, waar het verzet veel groter is (amper 18% steun).

Rechtvaardigheid en sociaal protest

Een meerderheid van de Belgische burgers deelt de opvatting dat de huidige federale maatregelen bepaalde groepen in de samenleving – armere burgers (65%), ouderen (63%), mensen met gezondheidsproblemen (64%) en vrouwen (58%) – benadelen. De rijkste burgers worden daarentegen door 63% als bevoordeeld beschouwd.

Deze perceptie verklaart ook de positieve houding tegenover maatschappelijk protest. Slechts een minderheid van de respondenten keurt de acties en stakingen van de vakbonden expliciet af (33% in Vlaanderen, 18% in Wallonië, 19% in Brussel). Het meest gangbare standpunt is dat men verklaart begrip te hebben voor het protest, zonder dat dit noodzakelijkerwijs resulteert in actieve steun of deelname.

Onze conclusies

  • Het onderzoek toont aan dat de burger een harde grens trekt wanneer de koopkracht van de man/vrouw in de straat aangetast wordt. De brede maatschappelijke afwijzing van de centenindex en een btw-verhoging tonen aan dat we als vakbond moeten blijven strijden voor een eerlijk beleid, waarin de sterkste schouders de grootste lasten dragen.
  • We kunnen niet ontkennen dat er een breed maatschappelijk draagvlak is voor maatregelen zoals strengere ziekencontroles, beperking van de werkloosheid en de uitbreiding van flexi-jobs. Het is onze taak om tegen de stroom in te roeien: we blijven ons verzetten tegen de overdreven flexibilisering van de arbeidsmarkt (ten koste van sociale zekerheid) en tegen een beleid dat langdurig zieken en werklozen wegzet als profiteurs.
  • Er is een stevige basis voor maatschappelijke solidariteit. Het feit dat een ruime meerderheid van de Belgen oordeelt dat het federale beleid kwetsbare groepen zoals armen, zieken en vrouwen onrechtvaardig benadeelt, vertaalt zich in een breed begrip voor onze acties. De burger pikt het asociale en eenzijdige beleid niet. Het is aan ons om een duurzaam en sociaal alternatief voor te stellen.